Blogberichten over leerlingen, docenten en alles wat met school te maken heeft

Lesgeven is regelmatig een kwestie van je lesplan uit het raam gooien en improviseren. De redenen daarvoor zijn divers.

Smartboard doet het niet.

De klas komt veel te laat, want ze hadden LO en moesten nog omkleden.

Je kunt niet inloggen.

Helft van de klas is blijkbaar op excursie.

De wifi ligt eruit.

De state-of-mind van je klas is compleet ongeschikt voor wat je gepland had door: de les ervoor / het weer / iets wat buiten gebeurt / hormonen / toetsen / ruzies of juist verliefdheden / slappe lach / eng insect in lokaal / de nabijheid van Sinterklaas / de nabijheid van vakantie / het tijdstip van de dag / en ga zo maar door…


N: “Mevrouw, mogen we misschien… Aangezien we voor geschiedenis geen proefwerk hebben in de toetsweek… En we hebben het heel druk… En het is laat… Dus… Zouden we misschien eerder weg mogen? Vandaag? Ietsje eerder?”

Ik: “Nee”.

*Verbijstering bij leerlinge*

Ik: “Jullie mogen mijn laatste les op maandag al gebruiken om te leren, dan gaan we vandaag niet ook nog eerder stoppen.”

N: “Oké.”

Ik: “Maar als we nou echt eerder klaar zijn met de opdrachten… Dan kunnen jullie natuurlijk wel gewoon gaan.”

N: “Oké!”

Vervolgens bleek een groot deel van de klas Opdracht 1 (groepswerk over de Franse Revolutie) niet af of bij zich te hebben en het voorwerk voor Opdracht 2 (informatie verzamelen bij een eigen onderzoeksvraag) niet te hebben gedaan.

Nu kan ik wel boos worden, maar daar schieten we allemaal niets mee op. Dus: improvisatie.


Ik: “De groepsopdracht moet dan maandag maar, dat gaat dus af van jullie tijd om te leren. Je krijgt nu een blaadje, noteert je onderzoeksvraag en pakt je telefoon erbij om informatie te zoeken. Je schrijft een antwoord op je vraag, gebaseerd op de bronnen.”

I: “Hoe lang?”

Ik: “Een half kantje? Tenzij je dat in twee zinnen al hebt, dan schrijf je te groot en moet je meer.”

S: “Ennuh… Als dat af is… ?”

Ik zucht eens diep.

Ik: “Vooruit dan maar: als je klaar bent mag je weg.”

Overal glimlachjes.

Ik: “Máár. Ik lees je antwoord door en alleen als ik zie dat je serieus hebt gewerkt, mag je vertrekken, anders is het terug naar de tekentafel.”

De leerlingen gaan aan de slag en er hangt een heerlijke sfeer: ze zijn serieus, fanatiek en vrolijk. Het blijft toch geven en nemen in dit vak en ik heb duidelijk gegeven. Eerder weg… Het is en blijft het ultieme cadeautje.


D: “Mevrouw, ik had een vraag over de Franse Revolutie en de wetenschap, maar daar vind ik niet zo veel over.”

Ik: “Hm, daar is ook niet zo heel veel te vinden ben ik bang. Wel over de Verlichting natuurlijk.”

D: “Maar ik vind wetenschap veel leuker…”

Nee, de Verlichting is natuurlijk geen goed alternatief. Dan ineens heb ik een ingeving.

Ik: “D., dit wordt hem! Zoek maar op waarom ze de guillotine gebruikten en wat dat te maken heeft met de Verlichting.”

D: “Oja, dat is goed. Onthoofden is wel leuk!”

Ik: “Ja, zo’n vermoeden had ik al…”

De eerste leerlinge is twintig minuten voor tijd klaar en moet terug naar de tekentafel. De volgende is er met nog een kwartier te gaan en mag weg. Na verloop van tijd staat er een flinke rij bij mijn bureau, maar er wordt niet voorgedrongen en nauwelijks gepraat.

Het stuk van S. is heerlijk om te lezen. Hij heeft een prachtig handschrift en schrijft in vloeiende zinnen. Het is bijna te mooi om waar te zijn. Dan zie ik iets over de ‘Girondijnse politieke factie’ en realiseer me dat het ook echt te mooi is, om waar te zijn.

Ik: “Zijn het je eigen woorden S.?”

S. *wordt rood* “Nou… Ja, het meeste wel. Ik heb gewoon de tekst gelezen en wel in eigen woorden opgeschreven, behalve… Ja, als ik niet wist wat het betekende.”

Ik: “Aha. En hoe los je dat de volgende keer op?”

S: “Ik.. Ik kan het opzoeken.”

Ik: “Ja, of het mij vragen. Voor de rest ziet het er netjes uit hoor, ga maar.”

S: *zucht opgelucht*

“Oké, bedankt”.


Uiteindelijk vertrekken de laatste paar dames met nog drie minuten te gaan en blijft E. alleen over. Ik schat haar gezicht in, doe de ramen dicht, zet mijn pc uit en loop dan naar haar toe.

Ik: “Is het belangrijk voor je?”

E. begint te huilen.

E: “Het lukt me gewoon niet om iets te bedenken.”

Ik kijk op haar blaadje, leeg op haar naam en de datum na.

Ik: “Maar is het belangrijk voor je, hoe je deze opdracht maakt?”

E: “Uhm…”

Ik: “Hij is niet voor cijfer, er hangt niks vanaf.”

E: “Nee…”

Ik: “Dus waarom word je er zo verdrietig van?”

E: “Het lukt iedereen, iedereen ging weg en ik kan niet eens bedenken waarover het moet gaan, het lukt me gewoon niet en ik bleef alleen over.

Ik: “Heb je een idee waarom het de rest wel lukte?”

E. haalt haar schouders op.

Ik: “Ik denk dat je het heel graag goed wilde doen”.

E. glimlacht een beetje.

Ik: “En bij de rest van de klas zaten er denk ik genoeg die dachten ‘wat zou het, ik ben weg’ dus dan ben je ook snel klaar.”

E: “Ja, dat klopt misschien wel. Ik wilde gewoon graag iets zeggen over wat er was veranderd op sociaal gebied. Wat er eerst was lukte wel, maar ik vond niks over hoe het daarna was.”

Ik: “Oké. Hoe was het eerst?”

Vervolgens geeft ze een perfecte weergave van de sociale situatie en ontwikkelingen tot het schrijven van de grondwet.

Ik: “Perfect. Dan was je al bijna klaar!”

Kort bespreken we wat er in de grondwet stond, wat dat betekende voor de mensenrechten op de lange termijn. E. heeft nog rode ogen, maar kan weer glimlachen als ze zich klaarmaakt om te vertrekken.

Ik: “Oké, dus volgende keer als het niet wilt lukken…”

E: “Dan vraag ik om hulp.”

Ik: “Beloofd?”

E: “Ja.”

Ik: “Niet te streng voor jezelf. Succes met leren voor de toetsweek!”



Discover more from Misstory

Subscribe to get the latest posts sent to your email.


Comments

One response to “Improviseren”

  1. Peer Boselie Avatar
    Peer Boselie

    mooi!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *